FOAR DE LINS
Genealogie, Geschiedenis, Boksum, Menaldumadeel, Friesland, Adel

Mata Hari

Margreet Zelle als tiener

 

Het was op een maandagmiddag 7 augustus 1876 om één uur toen moeder Antje van der Meulen haar dochter Margaretha Geertruida Zelle ter wereld bracht in het huis op De Kelders 33 te Leeuwarden. Het was het eerste kind van Antje en haar man Adam Zelle. Het echtpaar trouwde in 1873 waarna ze de woning boven de hoeden- en pettenwinkel aan De Kelders van Adam betrokken. Na Margaretha Geertruida werden nog drie kinderen geboren, Johannes Hendrikus in 1878 en de tweeling Cornelis Coenraad en Arie Anne in 1881. Tijdens de vroege jaren van het huwelijk ging het Adam Zelle financieel voor de wind. Door de goedlopende winkel en ingebrachte flinke kapitaal van zijn vrouw kon de familie er een levensstijl op na houden waarvan Adam vond dat ze er recht op hadden. De Leeuwarder koopman was namelijk geenszins een bescheiden persoon. Zij streven om bij de upper-class fan de Friese hoofdstad te horen werd in 1873 beloond toen hij als vaandeldrager werd toegevoegd aan de erewacht bij het bezoek van koning Willem III. Als koopman tussen de aristocraten viel hij nogal uit de toon, mogelijk dankte hij de benoeming aan zijn rijzige gestalte en welverzorgde baard. Een en ander zorgde ervoor dat Zelle door de nuchtere Leeuwarders spottend “de Baron” werd genoemd. Margreet Zelle liet al op jonge leeftijd blijken een aardje naar haar vaartje te hebben. Dikwijls stond zij in het middelpunt van de belangstelling bij haar klasgenootjes op de Hofschool tegenover het Stadhuis. De koopmansdochter leek niet alleen innerlijk maar ook uiterlijk op haar vader met haar atletische gestalte en donkere haar, iets wat ze maar wat graag etaleerde aan de meisjes in haar klas door voor hen te dansen en haar gespierde en behaarde armen te tonen. De jonge en brutale Margreet viel erg op tussen de veelal uit voorname families afkomstige klasgenoten. Auk Hepkema-Bakkers, die bij haar op school zat, zou haar later zo omschrijven: “Zij was enig in haar soort”. Inmiddels woonde de familie Zelle in een groter pand aan de Grote Kerkstraat. Dit was mogelijk doordat Adam Zelle door te speculeren met aandelen een klein fortuin had verdiend en door te lenen van zijn schoonmoeder. Na verloop van tijd keerden echter zijn kansen en “de Baron” zakte steeds verder weg in een financieel moeras. Dit had ook zijn weerslag op het huwelijk van Adam en Antje, als in 1889 het faillissement over hem wordt uitgesproken dan woont het echtpaar al gescheiden. Als gevolg van het faillissement moeten de panden aan De Kelders en de Grote Kerkstraat worden verkocht. De familie verhuist vervolgens naar een gehuurde bovenwoning aan de Willemskade, echter zonder vader Adam die naar Amsterdam vertrekt. Twee jaar later voltrekt zich een nog veel groter drama als moeder Antje van der Meulen komt te overlijden aan T.B.C. Het is niet vergezocht om te stellen dat deze gebeurtenissen het karakter en de verdere levensloop van Margreet hebben bepaald. Het gezin viel volledig uit elkaar, Johannes Hendrikus vertrekt naar familie in Franeker, de tweeling naar hun vader in Amsterdam en Margreet komt onder de hoede van een oom en tante te Sneek. Niet lang daarna neemt zij op 16-jarige leeftijd voorgoed afscheid van Friesland als zij vertrekt naar de Kweekschool te Leiden.


 

Het pastrouwde paar Macleod-Zelle

De aantrekkelijke en vroegvolwassen Margreet bracht toen al de hoofden van de mannen op hol. De directeur van de Kweekschool was niet tegen de verleiding bestand met als gevolg een schandaal en een vroegtijdig einde van de studie van Margreet Zelle. De jonge Friezin belandt vervolgens in 1893 bij een andere oom en tante in Den Haag. In deze stad met zijn ambassades, paleizen en militairen voelde zij zich als een vis in het water. Als er begin 1895 een contactadvertentie van een officier in de krant staat dan reageert de 18-jarige Margreet per brief en een bijgesloten foto van haarzelf. De tweemaal zo oude Rudolph Macleod is onder de indruk en het komt tot een ontmoeting en slechts 6 dagen later tot een verloving. In de zomer van 1895 trouwt het stel. Voor Margreet was dit een terugkeer in het voorname milieu waarvan zij, net als haar vader, vond dat zij erin thuishoorde. Ruim een jaar later wordt het eerste kind verwelkomd, Norman John. Na het aflopen van het verlof van Macleod in 1897 vertrekt het gezin naar Nederlands Indië waar een jaar later het tweede kind ter wereld komt, Louise Jeanne. Het huwelijk tussen de onbehouwen Atjeh-veteraan en de frivole jonge vrouw begon toen al flinke barsten te vertonen. De sterk uiteenlopende karakters van de twee en de aandacht die Margreet kreeg van de jongere officieren droegen hier sterk aan bij. Het huwelijk kende een kortstondige opleving na de dood van hun zoontje in 1899, die werd vergiftigd door een inlandse vrouw. De ruzies keerden echter al vrij snel weer terug en na de terugkeer van het gezin naar Nederland in 1902 werd de scheiding van tafel en bed uitgesproken. Voor Margreet Zelle begon nu een moeilijke periode. Als gescheiden vrouw zonder eigen inkomsten vond zij onderdak bij familie in Den Haag wat natuurlijk een flinke stap terug was. De Friese schone was echter voor geen gat te vangen en probeerde van alles om aan het burgerlijke milieu te ontsnappen. Parijs was voor haar de stad waar haar dromen in vervulling zouden moeten gaan. Aanvankelijk draaiden haar inspanningen op niets uit, zo werd ze afgewezen op de Toneelschool en haar pogingen om bij een circus te komen werken strandden eveneens. Toch maakten haar uiterlijk en charmes indruk op verscheidene personen uit de Parijse theaterwereld. Ook de fantasierijke verhalen over haar Indische afkomst droegen bij aan de start van haar befaamde danscarriëre. Haar eerste optredens vinden plaats in privésalons in Parijs. Bij één van deze optredens is een zekere heer Guimet, directeur van het museum van Oosterse kunsten. Hij laat 1905 haar voor het eerst voor een groter publiek optreden in een zaal van zijn museum. Nu is er een passende naam nodig voor de exotisch artieste. Margaretha Geertruida Zelle, die zich bij de eerdere optredens nog lady Macleod had genoemd, heet vanaf nu Mata Haria, Maleis voor “Oog van de dag”. Het optreden, een dans in een quasi-oriëntaalse setting, is een groot succes, de kranten zijn vol lof over de schaarsgeklede danseres. Al snel volgen meer optredens en Mata Hari doet alle grote theaters in Parijs aan. Een jaar na haar doorbraak wordt de scheiding tussen Margaretha Geertruida Zelle en Rudolph Macleod uitgesproken. De inmiddels gepensioneerde legerofficier woont met hun dochtertje in Arnhem, beiden zijn voorgoed uit beeld voor Mata Hari. De succesvolle danseres heeft echter genoeg mannelijke aandacht, ze heeft nu vele aanbidders waarvan vele in zeer goede doen zijn. De danseres krijgt vele rijke minnaars - bankiers, fabrikanten en grootgrondbezitters - die haar in staat stellen het door haar zo gewenste luxe leven te leiden. Het duurde niet lang voordat zij in heel Europa bekend raakt, ze doet door de jaren heen meerdere grote steden aan in o.a. Spanje, Italië en Oostenrijk. De hoogtepunten in haar carriëre zijn de optredens in het befaamde theater La Scala in 1911-12 waar ze in heuse balletvoorstellingen optreedt.


Parijs 1910, Mata Hari in haar hoogtijdagen

 

Mata Hari in 1914, getekend door haar Friese vriend Piet van der Hem

In het najaar van 1914 was zij in Berlijn bezig met de voorbereidingen voor een nieuwe balletvoorstelling toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Mata Hari reisde vervolgens naar Amsterdam waar ze berooid aankwam. Terug in Nederland trad ze op verschillende steden. Na een optreden in Den Haag werd een van de bezoekers haar nieuwe minnaar. Edouard Willem baron van der Capellen had alles waar Mata Hari’s hart sneller van ging kloppen; hij had geld, was van adel en hij was militair. Hij regelde voor haar een woning aan de Nieuwe Uitleg in Den Haag. Het zou haar laatste officiele woonadres zijn. Het begon de Friese schoonheid al snel weer te benauwen in het kleine Nederland en al snel reisde ze door Europa alsof er geen oorlog gaande was. Naast dansen hield Mata Hari zich ook al vrij snel bezig met spionage. Haar vele contacten bij verscheidene Europese hooggeplaatste personen maakte dit natuurlijk gemakkelijk. Ze volgde in 1915 een cursus spionage in Duitsland. Of ze ook werkelijk opdrachten voor de Duitsers heeft uitgevoerd voor de Duitsers is nog steeds een punt van discussie. In ieder geval werd ze al snel gewantrouwd door de Franse en Engelse geheime dienst. Door de Fransen werd ze gerecruteerd om haar in de val te laten lokken. Uiteindelijk werd ze op 13 februari 1917 in Parijs gearresteerd. Er volgen tal van verhoren waarbij Mata Hari in eerste instantie ontkende te werken voor de Duitse geheime dienst. Na geconfronteerd te zijn met voor haar belastende telegrammen moest zij echter toch bekennen de Duitse agent H21 te zijn. Verder bleek er overigens weinig belastends uit de telegrammen, van echte spionage leek geen sprake. Het proces vond plaats op 24 juli 1917 en duurde maar kort. Ze werd met algemene stemmen door de krijgsraad te Parijs ter dood veroordeeld op beschuldiging van spionage voor de Duitsers en verstandhouding met de vijand. Na afloop van de uitspraak mompelde zij “c'est impossible! Impossible!”


Mata Hari in de rechtbank voor de krijgsraad

 

De verzoeken tot revisie en hoger beroep werden beide afgewezen evenals verschillende verzoeken tot gratie. Op de ochtend van de 15e oktober 1917 werd zij in de vroege ochtend gewekt waarna haar werd verteld dat de gratieverzoeken waren afgewezen en dat zij die ochtend ter dood zou worden gebracht. Mata Hari bleef ogenschijnlijk rustig, trok haar mooiste kleren en schoenen aan en kreeg vervolgens tijd om nog een paar brieven te schrijven. Vervolgens werd zij aan de militaire autoriteiten overgedragen waarna de reis naar het polygoon van Vincennes begon waar de terechtstelling plaats zou vinden. De Friezin werd begeleid door een dokter, een dominee en zuster Léonide die haar de laatste weken verzorgde. In Vincennes aangekomen stonden 12 soldaten klaar met geladen geweren. Mata Hari werd door zuster Léonide en haar advocaat naar de executiepaal begeleid. Ze gaf beiden nog een hand, wierp een handkus naar het executiepeloton en stak haar beide handen uit om deze vast te laten binden. Ze bleef ogenschijnlijk rustig, was wel bleek maar beefde niet. Ze wilde niet vastgebonden worden aan de paal, weigerde de blinddoek en hield haar ogen gericht op zuster Léonide. Om 6.15 richtten de soldaten hun geweren op haar waarna één der officieren zijn opgeheven sabel liet zakken. Twaalf schoten klonken en Mata Hari zakte dodelijk getroffen in elkaar. De officier gaf haar vervolgens nog een genadeschot door het hoofd. Margaretha Geertruida Zelle, alias Mata Hari, was niet meer.

Margaretha Geertruida Zelle, alias Mata Hari, vlak voor haar executie.