FOAR DE LINS
Genealogie, Geschiedenis, Boksum, Menaldumadeel, Friesland, Adel

Mata Hari en haar Boksumer voorouders

 

Hendrik Voordewind vertrok in 1909 vanuit zijn geboortestad Leeuwarden naar Amsterdam om daar bij de politie te gaan werken. Met een diploma van de Leeuwarder HBS op zak maakte de pientere Fries al snel carriere in de Hoofdstad en zou het uiteindelijk schoppen tot politiecommissaris. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog was Voordewind inspecteur aan het bureau Warmoesstraat toen een chique dame werd bij hem aangekondigd. De dame in kwestie logeerde in Victoriahotel aan het Damrak en was danseres. Ze kwam zich beklagen over een diamantbewerker van Duitse afkomst die haar trachtte te chanteren. “Ik hoorde daliks wel dat sij gien Hollanse was. Ik sei: “Mefrou, u mag dan wel uw talen goed spreke - se gooide der Engels en Spaans en fan alles deur – maar u is een Friesin. Dat hoor ik anne g”. “Mais non, hoe komt u erbij?” antwoordde ze”. Uiteindelijk moest de dame toch bekennen, “se was de dochter van Zelle út Liwwadden”. De chique dame bleek niemand minder te zijn dan Margaretha Geertruida Zelle, alias Mata Hari.


Over Mata Hari is al heel veel geschreven. Al tijdens haar leven verschenen er boeken over haar, overigens toen al vol verzinsels. In 2017, 100 jaar na haar dood, verscheen haar kwartierstaat in het Genealogysk Jierboek. Volgens sommige mythen over de exotische Leeuwarder danseres zou zij van adelijke komaf zijn, hetgeen door auteurs en onderzoekers Bouwe van der Meulen en Pieter Nieuwland definitief wordt ontkracht. De vader van Margeretha Geertruida was hoedenverkoper Adam Zelle, wiens overgrootvader Herman Otto Zelle zich in 1771 als linnenwever te Leeuwarden vestigde. Herman Otto werd in 1744 geboren in Rheda, hetgeen zich tussen de Duitse steden Münster en Bielefeld bevindt. Hij was één van de vele ambachtslieden uit het huidige Noordrijn-Westfalen die zich in de 18e eeuw in Friesland vestigden. Zijn zoon Adam, kleinzoon Cornelius en achterkleinzoon Adam vonden een Friese bruid, zodat we eind 19e eeuw van een Friese familie kunnen spreken. Onder de voorouders van Margaretha Geertruida Zelle vinden we voornamelijk ambachtslieden, ambtenaren en kooplieden uit Leeuwarden en Franeker, onder hen nogal wat opmerkelijke figuren. Bij de eerdere generaties aanbeland, vinden we ook steeds meer dorpsbewoners. Hieronder bevinden zich ook een aantal Boksumer boeren en boerinnen. Dit alles zal Mata Hari zo’n 200 jaar later niet meer hebben geweten, desgevraagd zou zij hebben geantwoord: “Mais non, hoe komt u erbij?”.

In het voorwoord bij de kwartierstaat in het Genealogysk Jierboek schrijven de auteurs: “De gepubliceerde gegevens zullen velen in staat stellen na te gaan of zij wellicht ook tot de verre verwanten van Mata Hari behoren”. Schrijver dezes bleek na het vergelijken van deze gegevens en die van zijn eigen kwartierstaat ook bij die verre verwanten te behoren, evenals een aantal andere (oud-) Boksumers, Blessumers en Deinumers. De lijn van Mata Hari naar haar Boksumer voorouders loopt via haar moeder Antje van der Meulen. Hieronder kan de afstammingsreeks worden gevolgd.